ECLI:NL:RVS:2013:BZ7683
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan mvv-vereiste bij gezinshereniging
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die door de staatssecretaris werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en de vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het uitgangspunt van artikel 5, lid 3, van richtlijn 2003/86/EG is dat het verzoek tot gezinshereniging buiten het grondgebied van de lidstaat wordt ingediend. Nederland heeft de vrijheid om ook van vreemdelingen die zich al in Nederland bevinden en aan materiële vereisten voldoen, te verlangen dat zij voldoen aan het mvv-vereiste. Dit volgt uit de tekst en de totstandkomingsgeschiedenis van de richtlijn en wordt ondersteund door eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie.
De Raad van State oordeelde dat de nationale regelgeving voldoende ruimte biedt voor een individuele afweging in bijzondere gevallen, zodat het doel en het nuttig effect van de richtlijn niet worden aangetast. Er was geen aanleiding voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, aangezien de rechtsregel voldoende duidelijk is.
Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd wegens het ontbreken van een geldige mvv.