Uitspraak
201104223/1/H4), mag van de eigenaar van een pand worden gevergd dat hij zich tot op zekere hoogte informeert over het gebruik dat van het door hem verhuurde pand wordt gemaakt. De eigenaar dient aannemelijk te maken dat hij niet wist en niet kon weten dat de woning als hennepkwekerij werd gebruikt. Dat in het huurcontract tussen De Poort van Weesp en [huurder] een verbod is opgenomen om een hennepkwekerij aan te leggen en andere met de Opiumwet strijdige activiteiten te ontplooien, maakt dat niet anders. In aanmerking genomen dat de woning nimmer is geïnspecteerd, heeft de rechtbank terecht overwogen dat De Poort van Weesp onvoldoende toezicht op de door haar verhuurde woning heeft gehouden. De omstandigheid dat De Poort van Weesp het beheer van de woning heeft overgedragen aan Vinken Vastgoed B.V. leidt niet tot een ander oordeel, nu De Poort van Weesp het recht heeft voorbehouden om eenmaal per zes maanden inspectie van het verhuurde uit te voeren. Dat de huurovereenkomst op 7 april 2010 slechts twee maanden en een week van kracht was, doet er niet aan af dat het uit een oogpunt van zorgvuldigheid op de weg van De Poort van Weesp had gelegen om het gebruik van de woning te controleren. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat het college De Poort van Weesp op goede gronden als overtreder heeft aangemerkt.