ECLI:NL:RVS:2013:809
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten MZI-vergunningen wegens onvoldoende differentiatie overgangstermijn en locatiebepaling
Bij afzonderlijke besluiten van 13 januari 2010 verleende de minister vergunningen voor mosselzaadinvanginstallaties (MZI) aan diverse ondernemingen voor de periode 2010-2011, met verlengingsmogelijkheden tot 2014. Deze vergunningen en de onderliggende regelgeving werden aangevochten door meerdere mosselbedrijven die experimenteerden met MZI’s. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraken deels.
De Afdeling oordeelt dat de minister ten onrechte geen onderscheid heeft gemaakt tussen de ‘pioniers van het eerste uur’ die al vóór 2005 MZI’s exploiteerden en latere experimenteerders, terwijl deze eerste groep een wezenlijk andere positie heeft vanwege reeds opgebouwde eigendomsrechten. De generieke overgangstermijn van vier jaar is onvoldoende gemotiveerd en onderzocht, waardoor deze regeling onzorgvuldig en disproportioneel is. Daarnaast is de locatiebepaling voor MZI’s onzorgvuldig verlopen, mede doordat sommige belanghebbenden niet adequaat zijn gehoord.
De Afdeling verklaart de beroepen van de meeste appellanten gegrond, vernietigt de besluiten van de staatssecretaris en beveelt hernieuwde besluitvorming waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen pioniers en andere experimenteerders, een gedegen onderzoek naar investeringen en schade, en een zorgvuldige belangenafweging bij locatiebepaling. Tevens worden proceskosten aan de appellanten toegekend.
Uitkomst: De besluiten tot verlening van MZI-vergunningen worden vernietigd en de staatssecretaris moet opnieuw beslissen met betere differentiatie en motivering.