ECLI:NL:RVS:2013:1703
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing afwijzing verblijfsvergunning asiel op basis van geloofwaardigheid en risico bij terugkeer
De minister van Justitie wees op 23 september 2010 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van de minister over de ongeloofwaardigheid van de studie van de vreemdeling onvoldoende had gemotiveerd. De Raad stelde vast dat de minister zich terecht op het ontbreken van concrete verklaringen kon beroepen en dat het inschrijvingsbewijs niet voldoende bewijs vormde.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand had gelaten, terwijl de minister aannemelijk had gemaakt dat de vreemdeling bij terugkeer naar Libië geen reëel risico loopt op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling. De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand blijven. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijven in stand en het vonnis van de rechtbank wordt deels vernietigd.