ECLI:NL:RBDHA:2015:4776
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning asiel wegens gewijzigde situatie in Libië
Eiser, een Libische nationaliteit dragende vreemdeling, had in 2010 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ontvangen. Verweerder trok deze vergunning in 2014 met terugwerkende kracht tot 2012 in vanwege gewijzigde omstandigheden in Libië na de regimewissel en stelde dat eiser niet in aanmerking kwam voor verlenging of een vergunning voor onbepaalde tijd.
Eiser voerde aan dat hij nog steeds gevaar loopt vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder mogelijke wraak van een familie van een verkeersslachtoffer en zijn vermeende opsporing door autoriteiten. Tevens stelde hij dat de veiligheidssituatie in Libië verslechterd is en dat hij recht heeft op bescherming op grond van artikel 15c van de EU-Definitierichtlijn. Hij beriep zich ook op artikel 8 EVRM Pro inzake zijn privéleven.
De rechtbank oordeelde dat de gewijzigde situatie in Libië een voldoende ingrijpende en niet-voorbijgaande verandering vormt waardoor de oorspronkelijke grond voor vergunningverlening is komen te vervallen. Het individuele asielrelaas van eiser ontbeerde positieve overtuigingskracht, onder meer vanwege het ontbreken van documenten en ongeloofwaardigheid van zijn beweringen. Ook was geen sprake van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 15c van de richtlijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank vond geen schending van artikel 8 EVRM Pro, aangezien eiser niet voldoende geïntegreerd was en geen intensief netwerk in Nederland had. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard.