Uitspraak
201109200/2/R3dat deze kwestie aan de orde kan komen in een procedure op grond van de Ffw.
201105167/1/A3). Die onderzoeken dienen op hun eigen merites te worden beoordeeld. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de bij die onderzoeken toegepaste inventarisatiemethode zodanig afwijkt van de in het Protocol opgenomen inventarisatiemethode, dat de minister die onderzoeken niet aan zijn besluitvorming ten grondslag mocht leggen. Ook het door [appellant] overgelegde rapport van Staro biedt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat voormelde onderzoeken ondeugdelijk zijn uitgevoerd of dat daarbij van onjuiste gegevens is uitgegaan. De rechtbank heeft terecht overwogen dat in dat rapport wat betreft de desbetreffende vleermuissoorten niet tot een andersluidende conclusie wordt gekomen dan in de onderzoeken van Arcadis.
201109200/1/R3), wordt een foerageergebied of vaste vliegroute niet gerekend tot een vaste rust- of verblijfplaats die op grond van artikel 11 van Pro de Ffw bescherming geniet, tenzij deze als zodanig samenvalt met een vaste rust- of verblijfplaats. Deze uitleg komt overeen met de in het Guidance document voorgestane benadering.
201104809/1/T1/A3. In die zaak had de in geding zijnde beplanting niet alleen een functie als foerageergebied voor de betrokken vleermuissoorten, maar bevonden zich daarin tevens hun vaste rust- of verblijfplaatsen.
200903371/1/H3), als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving, moet worden aangemerkt als een opzettelijke verontrusting in de zin van die bepaling.