Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
8 februari 2019 in de zaak tussen
1. [verzoeker sub 1] ;
2. Stichting Groen in Amersfoort;
3. Stichting Woonklimaat Berg;
4. Vereniging Behoud Bos Birkhoven Bokkeduinen;
5. Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort;
het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, verweerder
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de gemeente Amersfoort
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
Het wetsvoorstel leidt ertoe dat er voor schadelijke activiteiten in een minder aantal gevallen dan nu een ontheffing nodig zal zijn. Dit komt in het bijzonder omdat het in de paragrafen 3.1 en 3.2 van het wetsvoorstel neergelegde Europese beschermingsregime uitsluitend van toepassing is op dier- en plantensoorten ten aanzien waarvan de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn of de verdragen van Bern en van Bonn dit vereist. Niet onder de reikwijdte van dit Europese beschermingsregime vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen en in hun voortbestaan bedreigde andere diersoorten en plantensoorten worden op grond van het voorgestelde artikel 3.10 beschermd door enkele zeer gerichte verboden, naast de algemeen geldende zorgplicht (voorgesteld artikel 1.9).” (Kamerstukken II 2011/12, 33 348, nr. 3, p. 153-154)