ECLI:NL:RBLEE:2012:BY6864
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontheffing Flora- en faunawet Polderhoofdkanaal niet toegestaan wegens ontbreken dwingende reden groot openbaar belang
De gemeente Opsterland vroeg ontheffing op grond van de Flora- en faunawet voor werkzaamheden in het Polderhoofdkanaal, een project gericht op het bevaarbaar maken van het kanaal voor toeristisch-recreatieve doeleinden. De staatssecretaris verleende ontheffing voor enkele beschermde diersoorten, maar wees de ontheffing af voor de kleine modderkruiper en de groene glazenmaker. Zowel het Comité Belangenbehartiging Polderhoofdkanaal als individuele eisers stelden beroep in tegen het bestreden besluit.
De rechtbank oordeelde dat het Comité niet als belanghebbende kon worden aangemerkt en verklaarde het beroep van het Comité niet-ontvankelijk. Ten aanzien van de kleine modderkruiper en de groene glazenmaker stelde de rechtbank vast dat de staatssecretaris ten onrechte geen ontheffing had verleend, omdat de verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen niet werd voorkomen maar slechts mitigerende maatregelen waren getroffen.
De rechtbank beoordeelde vervolgens de ontheffingen voor de overige soorten en concludeerde dat de staatssecretaris zich op het standpunt mocht stellen dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding was. Echter, het alternatievenonderzoek was te beperkt en de onderbouwing van het dwingende belang van het project onvoldoende overtuigend. De rechtbank stelde vast dat de economische en werkgelegenheidsbelangen onvoldoende waren aangetoond als dwingende reden van groot openbaar belang, waardoor het beroep van eisers gegrond werd verklaard en het besluit werd vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eisers is gegrond verklaard en het besluit tot ontheffing Flora- en faunawet voor het Polderhoofdkanaal is vernietigd wegens het ontbreken van een dwingende reden van groot openbaar belang.