ECLI:NL:RVS:2012:BW5932
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.E.M. Polak
- J.A. Hagen
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Herziening nadeelcompensatie na opheffing veerdienst door aanleg Westerscheldetunnel
Appellante, exploitant van een benzinestation nabij de voormalige veerdienst Kruiningen-Perkpolder, vordert nadeelcompensatie wegens omzet- en vermogensschade door de opheffing van de veerdienst na ingebruikname van de Westerscheldetunnel in 2003.
De minister kende een schadevergoeding toe van €15.155,00, gebaseerd op een kapitalisatiefactor 7 voor inkomensschade, en wees vergoeding van deskundigenkosten af wegens onvoldoende specificatie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom vermogensschade niet voor vergoeding in aanmerking komt, mede omdat geen taxatievergelijking is gemaakt. Tevens is vastgesteld dat de vergoeding van deskundigenkosten ten onrechte is afgewezen. De minister wordt opgedragen binnen tien weken een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
De zaak betreft de toepassing van de Regeling nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat 1999, waarbij de peildatum voor schadebepaling is vastgesteld op het besluit van de ministerraad van 29 september 1995. De Afdeling bevestigt dat de inkomensschade correct is berekend met factor 7, gezien de huurrechten van appellante.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en gemotiveerde vaststelling van vermogensschade en vergoeding van redelijke kosten voor deskundigenbijstand in bestuursrechtelijke schadevergoedingsprocedures.
Uitkomst: Minister moet binnen tien weken opnieuw beslissen over vermogensschade en vergoeding deskundigenkosten.