ECLI:NL:RVS:2012:BW5677
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling risico op onttrekking aan toezicht bij vreemdelingenbewaring onvoldoende onderbouwd
De vreemdeling werd op 17 februari 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege het vermeende risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat uit de gronden dat de vreemdeling geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en niet over voldoende middelen beschikt, niet zonder meer volgt dat het risico bestaat dat hij zich aan het toezicht zal onttrekken. De minister had in het besluit noch tijdens de zitting toegelicht waarom uit deze gronden een dergelijk risico volgt.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en stelde vast dat de minister zich terecht op de grond heeft beroepen dat de vreemdeling zich niet had gehouden aan verplichtingen en geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, waardoor het risico op onttrekking aan toezicht aannemelijk is.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het beroep bij de rechtbank alsnog ongegrond, en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.