ECLI:NL:RVS:2012:BV7103
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Opschorting overdracht asielzoeker aan Italië door interim measure EHRM
De zaak betreft een hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die de weigering van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan een vreemdeling vernietigde. De kern van het geschil is of een interim measure van de president van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) opschortende werking heeft op de overdrachtstermijn van een asielzoeker aan Italië op grond van Verordening (EG) nr. 343/2003.
De Raad van State bevestigt dat een interim measure van het EHRM ertoe leidt dat de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft in Nederland en niet kan worden verwijderd zolang het EHRM niet heeft beslist over de klacht, de klacht is ingetrokken, of de interim measure is opgeheven. Hierdoor wordt de overdrachtstermijn van 18 maanden opgeschort.
Verder oordeelt de Afdeling dat de documenten die de vreemdeling aanvoert na het eerdere afwijzende besluit geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die een hernieuwde rechterlijke toetsing rechtvaardigen. Ook is geen sprake van een relevante wijziging van het recht of bijzondere omstandigheden die een hernieuwde toetsing zouden rechtvaardigen.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. De minister krijgt daarmee gelijk dat de overdrachtstermijn door de interim measure is opgeschort en Italië nog steeds verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond en bevestigt dat de overdrachtstermijn door de interim measure van het EHRM is opgeschort.