ECLI:NL:RVS:2011:BU3412
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over afschaffing driejarenbeleid en toepassing artikel 41 Aanvullend Protocol
De zaak betreft het hoger beroep van de minister voor Immigratie en Asiel tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling op het driejarenbeleid gegrond verklaarde. Het driejarenbeleid hield in dat vreemdelingen die aan bepaalde voorwaarden voldeden, een verblijfsvergunning konden krijgen na drie jaar verblijf. Dit beleid werd vanaf 5 april 1994 toegepast en vanaf 1 januari 2003 afgeschaft.
De Raad van State onderzocht of het afschaffen van dit beleid een nieuwe beperking vormt in de zin van artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in het arrest Toprak en Oguz geoordeeld dat een aanscherping van versoepelde bepalingen na de inwerkingtreding van het protocol een nieuwe beperking kan vormen.
De Raad van State concludeert dat het niet meer toepassen van het driejarenbeleid inderdaad een nieuwe beperking is die verboden is volgens artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol. Het beroep van de minister dat het driejarenbeleid een louter nationale regeling is en geen communautaire verplichting volgt, wordt verworpen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betalen van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.