ECLI:NL:RVS:2009:BJ4384
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over toepassing artikel 13 besluit nr. 1/80 bij aanscherping na versoepeling beleidsregel vreemdelingenrecht
De zaak betreft een geschil over de toepassing van artikel 13 van Pro besluit nr. 1/80, dat nieuwe beperkingen op het vrije verkeer van Turkse werknemers verbiedt. De vreemdeling, met een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf bij echtgenote, zag deze vergunning ingetrokken nadat het huwelijk was verbroken. De staatssecretaris wees verlenging af op grond dat de vreemdeling niet voldeed aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf.
De rechtbank oordeelde dat een aanscherping van het beleid na een eerdere versoepeling een nieuwe beperking is in de zin van artikel 13, en dat deze beperking buiten toepassing moet blijven. De staatssecretaris betoogde dat de beleidsregel sinds 1 december 1980 niet was gewijzigd en dat artikel 13 niet Pro van toepassing is op aanscherping die geen verslechtering ten opzichte van die datum inhoudt.
De Raad van State analyseerde de beleidsregels over voortgezet verblijf na verbreking van het huwelijk op verschillende momenten (1980, 1983, 2007) en concludeerde dat de hoofdregel sinds 1980 ongewijzigd is gebleven, met enkele uitzonderingen. Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie en de doelstellingen van besluit nr. 1/80, is niet uitgesloten dat het terugkomen op een na 1 december 1980 ingetreden versoepeling strijdig kan zijn met artikel 13.
De Raad van State ziet daarom aanleiding om het Hof van Justitie om een prejudiciële beslissing te verzoeken over de uitleg van artikel 13 in Pro deze context en schorst de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst en een prejudiciële vraag wordt voorgelegd aan het Hof van Justitie.