ECLI:NL:RVS:2011:BR0158
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- J.H. van der Winden
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vrijheidsontnemende maatregel bij toegang geweigerde vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die een vrijheidsontnemende maatregel ten aanzien van een vreemdeling had opgeheven en schadevergoeding had toegekend. De vreemdeling had zich bij aankomst op Schiphol met een vervalst paspoort gemeld en een asielaanvraag ingediend.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had onderzocht of een lichter middel dan vrijheidsontneming, zoals een meldplicht, volstond en dat de Opvangrichtlijn van toepassing was, waardoor de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was opgelegd. De minister stelde zich op het standpunt dat de richtlijn niet van toepassing was omdat de vreemdeling de toegang tot Nederland was geweigerd en dat het grensbewakingsbelang zwaarder woog.
De Raad van State stelde vast dat de Opvangrichtlijn niet van toepassing is op vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd en bevestigde dat het beleid van de minister, dat in beginsel een vrijheidsontnemende maatregel vereist om het grensbewakingsbelang te waarborgen, niet kennelijk onredelijk is. Het enkele feit dat de vreemdeling asiel heeft aangevraagd vormt geen bijzondere omstandigheid om hiervan af te wijken. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard, zonder toekenning van schadevergoeding.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel is rechtmatig opgelegd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.