ECLI:NL:RBSGR:2012:BV0715
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Toegang tot Nederland geweigerd aan asielzoeker met vrijheidsontnemende maatregel
De zaak betreft een asielzoeker van Kongolese nationaliteit die op 10 december 2011 de toegang tot Nederland werd geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd kreeg. De verzoeker stelde dat hij rechtmatig verblijf had verkregen door een mondeling verzoek om internationale bescherming en dat de maatregel disproportioneel was. De rechtbank bevestigt dat de verzoeker als asielzoeker rechtmatig verblijf heeft, maar dat de verdere feitelijke binnenkomst tot het grondgebied terecht is geweigerd.
De rechtbank overweegt dat de Opvangrichtlijn van toepassing is op de verzoeker en dat volgens artikel 7, derde lid, van deze richtlijn de lidstaten moeten beoordelen of vrijheidsontneming noodzakelijk is en of met een lichter middel kan worden volstaan. Uit het dossier blijkt dat verweerder niet expliciet heeft beoordeeld of een lichter middel mogelijk was, maar wel dat de verzoeker geen identiteitsdocumenten heeft, onvoldoende middelen van bestaan en geen verblijfplaats, waardoor het grensbewakingsbelang is gegeven.
De rechtbank concludeert dat de vrijheidsontnemende maatregel noodzakelijk is en niet disproportioneel, ondanks het ontbreken van criminele antecedenten van de verzoeker. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding af.