ECLI:NL:RVS:2011:BP8750
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.J.M. Schuyt
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluitingsbesluit woning wegens harddrugsverkoop op grond van Opiumwet
De burgemeester heeft op 24 april 2009 besloten een woning te sluiten voor drie maanden vanwege de aanwezigheid en handel in harddrugs, waaronder cocaïne, zoals vastgesteld in een politierapport van 12 maart 2009. Het besluit werd gevolgd door een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Maastricht die het besluit bevestigde. De appellant stelde dat het besluit onrechtmatig was vanwege onder meer het ontbreken van een wettelijke grondslag, disproportionaliteit en schending van het EVRM.
De Raad van State overwoog dat het besluit gebaseerd was op artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet en het Damoclesbeleid, dat sluiting bij harddrugsaanwezigheid voorschrijft. Hoewel de appellant en zijn zoon ten tijde van het besluit niet in de woning verbleven, was dat niet relevant voor de bevoegdheid van de burgemeester. Ook het tijdsverloop tussen constatering en besluit werd niet als onredelijk beschouwd.
De Raad verwierp de stelling dat het besluit disproportioneel was, aangezien harddrugsverkoop een ernstige inbreuk op de openbare orde vormt. Verder werd bevestigd dat bestuursdwang geen punitief karakter heeft maar een reparatoire sanctie is. De appellant kreeg geen schadevergoeding en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot sluiting van de woning wordt bevestigd.