ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ9873
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sluitingsbesluit seksshop wegens onvoldoende motivering sluitingsduur
De burgemeester van Dordrecht legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een sluitingsbevel van zes maanden op aan een seksshop waar handelshoeveelheden GHB, XTC en cocaïne werden aangetroffen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat de sluitingsduur onredelijk was en dat een waarschuwing vooraf had moeten plaatsvinden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bevoegdheidsgebrek in het oorspronkelijke besluit was hersteld en dat het enkele bezit van handelshoeveelheden voldoende was om de sluitingsbevoegdheid te rechtvaardigen. Het argument dat een waarschuwing vooraf vereist was, werd verworpen omdat de wet dit niet voorschrijft en de burgemeester een vaste gedragslijn hanteert.
Wel werd geoordeeld dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom de sluitingsduur van zes maanden, die langer was dan de drie maanden die voor horecagelegenheden geldt, passend was. De rechter vond het verschil in beleid onwenselijk en achtte het tijdsverloop van ruim zes maanden tussen constatering en besluit een bijzondere omstandigheid die matiging van de sluitingduur rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en schorste het primaire besluit bij wijze van voorlopige voorziening. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de seksshop wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de sluitingsduur en het primaire besluit wordt voorlopig geschorst.