ECLI:NL:RBMAA:2011:BT7564
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens aantreffen softdrugs niet gerechtvaardigd
Verzoeker werd geconfronteerd met een last onder bestuursdwang tot sluiting van zijn woning voor zes maanden vanwege het aantreffen van een hennepplantage en 30,7 kilogram gedroogde hennep. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestuursorgaan bevoegd was tot het opleggen van de last onder bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gezien de aanwezigheid van softdrugs in de woning. Het bestuursorgaan had echter afgeweken van het eigen handhavingsbeleid door zonder waarschuwing tot sluiting over te gaan, met als motivatie de grote hoeveelheid softdrugs en het feit dat deze bestemd waren voor verkoop.
De rechter stelde vast dat afwijking van beleidsregels volgens artikel 4:84 van Pro de Awb alleen is toegestaan indien sprake is van onevenredige gevolgen voor een of meer belanghebbenden. Het bestuursorgaan had dit niet aangetoond en kon niet louter op grond van algemene belangen afwijken. De afwijking was daarom niet gerechtvaardigd. De voorlopige voorziening werd toegewezen, waardoor het besluit tot sluiting werd geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van kosten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst wegens onrechtmatige afwijking van het handhavingsbeleid.