ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ7113
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang sluiting woning wegens harddrugs
De burgemeester van Maastricht legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op aan verzoekster, waarbij haar woning voor drie maanden werd gesloten wegens de aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat aan de formele vereisten was voldaan en dat er sprake was van spoedeisend belang.
De rechtbank overwoog dat het handhavingsbeleid van de gemeente Maastricht, neergelegd in het Damoclesbeleid, binnen het wettelijke kader valt en niet kennelijk onredelijk is. De aanwezigheid van meer dan 0,5 gram harddrugs in de woning, waaronder heroïne en cocaïne, werd als handelshoeveelheid aangemerkt. De sluiting van de woning is een gerechtvaardigde inmenging in de persoonlijke levenssfeer en geen bestraffende sanctie.
Verder werd geoordeeld dat verstoring van de openbare orde geen vereiste is voor het opleggen van bestuursdwang en dat persoonlijke verwijtbaarheid niet relevant is. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. Daarom kon de last onder bestuursdwang in redelijkheid worden opgelegd en werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.