ECLI:NL:RVS:2010:BM4168
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging aan de Staat wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde op 12 maart 2007 een boete van €8.000 en €1.500 op aan het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (V&W), Rijkswaterstaat HSL-Zuid, wegens overtreding van artikel 2 en Pro artikel 15 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Zowel het Ministerie van V&W als de Staat stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de strafrechtelijke immuniteit die de Staat geniet niet geldt voor bestuurlijke boetes op grond van de Wav. Het ruime werkgeversbegrip in de Wav is niet in strijd met het lex certa-beginsel. De Staat had als feitelijk werkgever de verplichting de identiteit van de vreemdeling te verifiëren en een afschrift van het identiteitsdocument te bewaren, ook al ontving hij dit niet van de formele werkgever.
Verder oordeelde de Raad dat de minister de boete terecht niet heeft gematigd, omdat de Staat het risico aanvaardde dat overtredingen zonder zijn medeweten konden plaatsvinden en dat de boete in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel. Het betoog over overschrijding van de redelijke termijn faalde omdat het geschil tussen bestuursorganen betreft. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €9.500 aan de Staat bevestigd.