ECLI:NL:RVS:2014:3408
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- K.J.M. Mortelmans
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere vaststelling subsidie cofinanciering doelstelling 2-programma Zuid-Limburg
De provincie Limburg stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg die het besluit van de minister om de subsidie voor de cofinanciering van het doelstelling 2-programma Zuid-Limburg voor de periode 1997-1999 lager vast te stellen, bevestigde.
De minister had de subsidie verlaagd vanwege onregelmatigheden bij enkele projecten, onjuiste toepassing van de EU-flexibiliteitsclausule en omdat renteopbrengsten niet voor het doel van de subsidie waren aangewend. De provincie voerde onder meer aan dat de minister de controle niet op projectniveau mocht uitvoeren, dat de flexibiliteitsclausule anders moest worden uitgelegd, en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden.
De Raad van State oordeelde dat de minister bevoegd was om individuele projecten te controleren en dat onregelmatigheden leiden tot correcties. De flexibiliteitsclausule moest restrictief worden uitgelegd en de provincie had niet aangetoond dat renteopbrengsten correct waren besteed. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel faalden. De redelijke termijn was niet overschreden.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de provincie wordt ongegrond verklaard en de lagere vaststelling van de subsidie door de minister wordt bevestigd.