ECLI:NL:RVS:2010:BL5983
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit vreemdelingenbewaring tijdens strafrechtelijke detentie
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank die zijn beroep tegen een besluit tot vreemdelingenbewaring ongegrond verklaarde. De vreemdeling werd tijdens zijn strafrechtelijke detentie gehoord en geïnformeerd dat de bewaring aansluitend aan zijn invrijheidstelling zou worden uitgevoerd.
De vreemdeling stelde dat de termijn tussen het besluit en de tenuitvoerlegging te lang was, waardoor sprake zou zijn van een indirecte inbewaringstelling, wat volgens hem niet is toegestaan. Ook voerde hij aan dat dit in strijd zou zijn met artikel 5 van Pro het EVRM.
De Raad van State oordeelde dat geen rechtsregel verbiedt dat een vreemdeling tijdens zijn strafrechtelijke detentie een besluit tot inbewaringstelling ontvangt met de mededeling dat de maatregel aansluitend wordt uitgevoerd. Er waren geen feiten of omstandigheden die de tenuitvoerlegging in de weg stonden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vreemdelingenbewaring wordt bevestigd.