ECLI:NL:RVS:2010:BL0267
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over status refugié sur place en toepassing artikel 83 Vreemdelingenwet 2000
De staatssecretaris van Justitie had de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel afgewezen. De rechtbank 's Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat de vreemdeling terecht als refugié sur place kon worden aangemerkt zonder dat voortzetting van activiteiten of overtuigingen uit het land van herkomst vereist is, in overeenstemming met artikel 5 van Pro Richtlijn 2004/83/EG. Het destijds geldende onderdeel C2/2.6 van de Vreemdelingencirculaire 2000 was niet in overeenstemming met deze richtlijn.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de rechtbank terecht artikel 83 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 had toegepast door rekening te houden met nieuwe feiten en omstandigheden, zoals een wetsvoorstel in Iran dat de doodstraf op afvalligheid voorstelt, ook al waren deze niet expliciet door partijen ingeroepen. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroep staatssecretaris ongegrond; uitspraak rechtbank bevestigd en proceskosten toegekend.