ECLI:NL:RBSGR:2010:BO2391
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende risico op schending EVRM bij terugkeer naar Iran
Eiser, een Iraanse staatsburger, heeft een tweede aanvraag om een verblijfsvergunning asiel ingediend na bekering tot het christendom in Nederland. De staatssecretaris van Justitie wees deze aanvraag af, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank stelde vast dat de situatie van bekeerde christenen in Iran zorgwekkend is, maar dat er geen sprake is van systematische vervolging die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert.
De rechtbank beoordeelde dat de problemen vooral samenhangen met actieve bekeringsactiviteiten en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het bekeren van anderen tot de kern van zijn geloof behoort, waardoor van hem terughoudendheid mag worden verwacht bij terugkeer. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelde dat beperkingen op de vrijheid van godsdienst niet automatisch leiden tot een verbod op uitzetting, tenzij sprake is van een flagrante schending.
De rechtbank concludeerde dat de eisers situatie niet voldoet aan de criteria voor toekenning van een verblijfsvergunning op grond van het EVRM of de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanvraag definitief afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.