ECLI:NL:RBROT:2011:BR5862
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot openbaarmaking strafrechtelijke vonnissen en arresten inzake smaad en laster
Eiser verzocht de openbaarmaking van strafrechtelijke vonnissen en arresten over smaad en laster binnen een bepaald arrondissement op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het college van procureurs-generaal, namens de minister van Veiligheid en Justitie, wees dit verzoek af. De rechtbank bevestigde deze afwijzing en verwees naar artikel 365 van Pro het Wetboek van Strafvordering (WvSv), dat een bijzondere en uitputtende regeling bevat voor openbaarmaking van strafvonnissen en arresten, waardoor de Wob niet van toepassing is.
Daarnaast behandelde de rechtbank het subsidiaire verzoek van eiser om het resultaat en de data van de strafrechtelijke uitspraken te verstrekken op grond van de Aanwijzing verstrekking strafvorderlijke gegevens buiten strafrechtspleging gelegen doeleinden (Aanwijzing wjsg). De rechtbank oordeelde dat dit verzoek buiten de reikwijdte van het geding viel, omdat er geen besluit lag op grond waarvan dit verzoek kon worden beoordeeld en de oorspronkelijke aanvraag op de Wob was gebaseerd.
De rechtbank concludeerde dat het college van procureurs-generaal niet bevoegd is om de gevraagde vonnissen en arresten te verstrekken, aangezien deze bevoegdheid exclusief toekomt aan de voorzitter van de strafkamer die het vonnis of arrest heeft gewezen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot openbaarmaking van strafrechtelijke vonnissen en arresten inzake smaad en laster wordt ongegrond verklaard.