Uitspraak
200801775/1) staat het een bestuursorgaan vrij om, op grond van een nader advies, van een krachtens wettelijk voorschrift uitgebracht advies af te wijken, doch in dat geval rust op het bestuursorgaan wel de plicht om, naast het in de gelegenheid stellen van betrokkene om een reactie te geven op het nader advies, deugdelijk te motiveren om welke reden van dat advies wordt afgeweken. Anders dan [appellant] betoogt, is het college daarin geslaagd. Daarbij is van belang dat het college bij e-mail van 30 mei 2007 twijfel heeft geuit over de juistheid van het conceptadvies van Tonnaer van 24 mei 2007 voor wat betreft het daarin gegeven oordeel over de voorzienbaarheid. Tonnaer heeft zich in antwoord daarop op het standpunt gesteld dat met de voorzienbaarheid geen rekening hoefde te worden gehouden en in het definitieve advies van 20 augustus 2007 het eerdere oordeel gehandhaafd. Voor het college was dat, gelet op de reactie op het conceptadvies, aanleiding om op dit punt nader advies te vragen aan de SAOZ. Uit het advies van de SAOZ van 27 december 2007 kan worden afgeleid dat het college terecht twijfel had bij de juistheid van het oordeel van Tonnaer met betrekking tot de voorzienbaarheid. Volgens het in beroep bestreden besluit was dit reden om van het advies van Tonnaer af te wijken. Daarmee heeft het college naar het oordeel van de Afdeling voldoende gemotiveerd waarom van het eerdere advies is afgeweken. Dat [appellant] noch van het conceptadvies van 24 mei 2007 noch van de reactie daarop van het college op de hoogte is gesteld is, gelet op genoemde jurisprudentie, in dit verband niet van belang. Het betoog faalt.