ECLI:NL:RVS:2009:BK0114
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking jachtakte ondanks vrijspraak wegens schieten op honden
De korpschef van de regiopolitie Kennemerland trok op 12 juli 2006 de jachtakte van appellant in vanwege een incident waarbij appellant twee keer in de lucht schoot en dreigende taal gebruikte jegens hondenbezitters. De minister van Justitie verklaarde het administratief beroep ongegrond, maar de rechtbank Haarlem vernietigde dit besluit deels en bepaalde dat een hernieuwde aanvraag voor een jachtakte voor 1 april 2014 niet in behandeling zou worden genomen.
In hoger beroep stond alleen nog de vraag centraal of de minister terecht de intrekking van de jachtakte voor het seizoen 2006-2007 handhaafde. De Raad van State oordeelde dat de korpschef terecht de Circulaire wapens en munitie 2005 mocht toepassen bij de beoordeling van het begrip 'niet langer kunnen toevertrouwen'. Ondanks de vrijspraak van appellant door het gerechtshof Amsterdam, leidde dit niet tot het oordeel dat het voorhanden hebben van wapens niet langer aan appellant kan worden toevertrouwd.
De Raad van State benadrukte het dwingende karakter van artikel 41 van Pro de Flora- en faunawet en stelde dat de belangenafweging door de minister niet onredelijk was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de jachtakte wordt bevestigd ondanks de vrijspraak van appellant.