ECLI:NL:RVS:2008:BG9599
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.M.A. Claessens
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens toerekenbaar ontbreken van reisdocumenten bij asielaanvraag
De vreemdeling, die op veertienjarige leeftijd vanuit Afghanistan naar Nederland reisde, diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris werd afgewezen wegens het ontbreken van reisdocumenten, waaronder vliegtickets. De vreemdeling stelde dat een reisagent de reis had geregeld en dat de tickets bij deze agent waren achtergebleven, maar kon dit niet met documenten onderbouwen.
De rechtbank had het besluit van de staatssecretaris vernietigd, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het ontbreken van reisdocumenten toerekenbaar is aan de vreemdeling, ook gezien zijn minderjarigheid. De Afdeling benadrukte dat het afstaan van documenten aan een reisagent in beginsel aan de vreemdeling wordt toegerekend, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit onder dwang gebeurde.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming van de overwegingen. Tevens werden de proceskosten vastgesteld en aan de rechtbank opgedragen hierover te beslissen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.