ECLI:NL:RVS:2008:BE9724
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks zelfstandigheid vreemdelingen
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een boete van €12.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank Amsterdam vernietigde het bezwaar van appellant en herroept het boetebesluit voor zover het betrekking had op bepaalde vreemdelingen die als zelfstandigen werden aangemerkt.
Zowel de minister als appellant gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de vreemdelingen als zelfstandigen kunnen worden beschouwd omdat zij zonder gezagsverhouding en onder eigen verantwoordelijkheid de werkzaamheden verrichtten. Dit betekent dat voor deze zelfstandigen geen tewerkstellingsvergunning vereist was.
Desondanks werd appellant als werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen aangemerkt omdat hij feitelijk arbeid liet verrichten door vreemdelingen. Appellant kon zich niet onttrekken aan de boete omdat hij onvoldoende had gedaan om te voorkomen dat de overtreding plaatsvond. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee leden van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 3 september 2008.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boeteoplegging van €12.000 aan appellant wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.