ECLI:NL:RVS:2015:3368
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks overgangsmaatregelen EU
De minister legde op 11 juli 2013 een boete van €9.500,- op aan appellante wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), specifiek het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning en het niet vaststellen van de identiteit van de vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
Appellante voerde aan dat de vreemdeling als zelfstandige werkte, dat de boete in strijd was met EU-recht, met name artikel 20 en Pro 45 VWEU en het arrest Ruiz Zambrano, en dat Nederland de overgangsmaatregelen ten onrechte had gehandhaafd. Ook stelde zij dat de boete in strijd was met het lex-certabeginsel wegens artikel 15 Wav Pro.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling onder gezag van de werkgever werkte en niet als zelfstandige kon worden aangemerkt. De overgangsmaatregelen waren rechtmatig verlengd tot 1 januari 2014 en de boete was niet in strijd met EU-recht. Tevens werd geoordeeld dat appellante de identiteit van de vreemdeling had moeten vaststellen en de boete daarom terecht was opgelegd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een verbetering van de motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boete van €9.500,- wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd.