ECLI:NL:RVS:2015:3366
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks beroep op zelfstandigheid en EU-rechten
Bij besluit van 11 juli 2013 legde de minister aan [appellante] een boete op van €11.375 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de Bulgaarse vreemdeling als zelfstandige werkzaam was, waardoor geen vergunningplicht zou gelden, en of de boete in strijd was met EU-rechten, waaronder artikel 20 en Pro 45 VWEU en de overgangsmaatregelen voor Bulgaarse werknemers. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling onder gezag van [bedrijf] werkte, dat de vergunningplicht terecht werd gehandhaafd tot 1 januari 2014 en dat de boete niet in strijd was met EU-recht.
Verder werd het beroep verworpen dat de minister het verweerschrift te laat had ingediend, en dat de boete gematigd had moeten worden vanwege vertrouwen op de arbeidsmarktaantekening. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank, met verbeterde motivering, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €11.375 wegens het laten verrichten van arbeid zonder tewerkstellingsvergunning.