ECLI:NL:RVS:2007:BA7093
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A.L.M. Steinebach-de Wit
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering handhavend optreden tegen illegale wagenberging
Het college van burgemeester en wethouders van Wûnseradiel wees het verzoek van appellant af om handhavend op te treden tegen dorswerkzaamheden door een vergunninghoudster en tegen een zonder bouwvergunning gebouwde wagenberging op een perceel. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond.
Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de dorswerkzaamheden een ondergeschikte nevenactiviteit zijn die nauw samenhangt met het agrarisch bedrijf en dat het college daarom terecht geen handhavend optreden verrichtte tegen deze werkzaamheden.
Echter, de Afdeling stelde vast dat het college wel bevoegd was om handhavend op te treden tegen de zonder vergunning gebouwde wagenberging. Het enkele tijdsverloop van elf jaar waarin niet werd opgetreden, vormt geen bijzondere omstandigheid die handhaving uitsluit. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat rechtszekerheid handhaving verhinderde.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en uitspraak voor zover deze handhaving tegen de wagenberging betreffen, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. Het college dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt verplicht handhavend op te treden tegen de illegale wagenberging.