Uitspraak
200606995/1), is het enkele tijdsverloop daarvoor onvoldoende. De voorzieningenrechter heeft voorts terecht geoordeeld dat de omstandigheid dat [appellanten] bij de aankoop in de veronderstelling verkeerden een burgerwoning te kopen, evenmin als bijzonder in vorenbedoelde zin kan worden aangemerkt. In dat verband heeft hij er terecht op gewezen dat een ieder wordt verondersteld bekend te zijn met de voorschriften van een bestemmingsplan.