ECLI:NL:RVS:2007:BA4658
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Herhaalde aanvraag verblijfsvergunning na terugkeer naar land van herkomst vereist zelfstandige beoordeling nieuw feitencomplex
De vreemdeling had eerder een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel ingediend die onherroepelijk was afgewezen. Na terugkeer naar Mongolië diende zij opnieuw een aanvraag in met een nieuw asielrelaas gebaseerd op een nieuw feitencomplex dat los staat van het eerdere relaas. De voorzieningenrechter had echter nagelaten zelfstandig te beoordelen of dit nieuwe feitencomplex een zelfstandig karakter had ten opzichte van de eerdere afwijzing.
De Raad van State oordeelt dat bij een herhaalde aanvraag na terugkeer naar het land van herkomst niet zonder meer sprake is van een materieel vergelijkbare beslissing. Dit betekent dat het beoordelingskader van de eerdere afwijzing niet automatisch van toepassing is en dat een rechterlijke toetsing mogelijk moet zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank met het bevel om met inachtneming van deze overwegingen opnieuw te beslissen. Tevens stelt de Raad de proceskosten in hoger beroep vast en verwijst de beslissing over de vergoeding daarvan naar de rechtbank.
Uitkomst: De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een zelfstandige beoordeling van het nieuwe feitencomplex.