ECLI:NL:RVS:2007:AZ9593
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens mandaatgebrek bij besluiten verblijfsvergunning asiel
De zaak betreft het hoger beroep van de Minister van Justitie tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die besluiten van 20 december 2006 afwijzend behandelde inzake verblijfsvergunningen asiel voor twee vreemdelingen. De minister stelde dat de besluiten terecht waren genomen door een medewerker van de IND namens de minister, ondanks dat de bevoegdheid sinds 14 december 2006 bij de minister zelf berustte.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de besluiten ten onrechte waren genomen door een medewerker namens het hoofd van de IND, terwijl de bevoegdheid inmiddels bij de minister lag. Desondanks was de medewerker bevoegd om namens het hoofd van de IND te handelen. De Afdeling paste artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe en besloot het gebrek te passeren omdat de vreemdelingen niet in hun belangen waren geschaad.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug naar de rechtbank voor herbehandeling en beslissing met inachtneming van de bevoegdheidsregels. Tevens stelde de Afdeling de proceskosten vast en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor nieuwe beslissing met inachtneming van de mandaatregels.