ECLI:NL:RVS:2007:AZ9588
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid hulpofficier bij vreemdelingenbewaring en bevestiging uitspraak rechtbank
Appellant werd op 16 december 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld door een besluit dat formeel was genomen namens de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Dit besluit werd ondertekend door een hulpofficier van justitie die bevoegd was namens de Minister van Justitie te handelen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde onder meer aan dat het besluit niet bevoegd was genomen en dat de rechtbank ten onrechte geen onderzoek had gedaan naar de bevoegdheid.
De Raad van State oordeelde dat de bevoegdheid voor het beleidsterrein vreemdelingenzaken per 14 december 2006 was overgegaan naar de Minister van Justitie en dat het besluit van 16 december 2006 derhalve ten onrechte was genomen namens de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Aangezien het besluit echter was ondertekend door een hulpofficier van justitie die daartoe bevoegd was, werd het gebrek met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gepasseerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; besluit tot vreemdelingenbewaring blijft in stand en verzoek om schadevergoeding afgewezen.