ECLI:NL:RVS:2007:AZ8496
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- D. Roemers
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en terugvordering rijksbijdrage ROC West-Brabant na onrechtmatige bekostiging
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Onderwijs tegen een uitspraak van de rechtbank Breda die het besluit tot terugvordering van rijksbijdragen aan de stichting ROC West-Brabant vernietigde. De staatssecretaris had de rijksbijdragen over 2002 en 2003 verlaagd en een bedrag teruggevorderd wegens onrechtmatige dubbele bekostiging van deelnemers aan verlengde crebo-opleidingen.
De rechtbank oordeelde dat de correctie op de rijksbijdrage op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet rechtsgeldig was en dat de bepalingen van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) met name artikel 2.5.9 voorrang hadden. De staatssecretaris stelde echter dat het Zelfreinigend Onderzoek en het vervolgonderzoek niet als een onderzoek in de zin van de WEB konden worden aangemerkt en dat de Awb bepalingen van toepassing waren.
De Raad van State bevestigt dat de Awb bepalingen van overeenkomstige toepassing zijn op de bekostiging van onderwijs en dat de correctie op grond van artikel 4:49 Awb Pro gerechtvaardigd is. Het Zelfreinigend Onderzoek was geen onderzoek in de zin van artikel 2.5.6 WEB, zodat de staatssecretaris bevoegd was de besluiten te wijzigen en bedragen terug te vorderen. Tevens oordeelt de Raad dat de stichting onrechtmatig heeft gehandeld door deelnemers die langer dan twaalf maanden stonden ingeschreven niet opnieuw cursusgeld in rekening te brengen.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank Breda en verklaart het beroep van de stichting ongegrond, waarmee de terugvordering en lagere vaststelling van de rijksbijdragen standhouden.
Uitkomst: Het beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van onterecht ontvangen rijksbijdragen wordt bevestigd.