ECLI:NL:RBARN:2008:BC7577
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Neefe
- E. Klein Egelink
- J.A. van Schagen
- Rechtspraak.nl
Beroep HBO-instelling tegen lagere vaststelling en terugvordering rijksbijdragen ongegrond verklaard
De rechtbank Arnhem behandelde het beroep van een HBO-instelling tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om de rijksbijdragen voor 2002 en 2003 te verlagen en te veel betaalde bedragen terug te vorderen. Dit besluit was gebaseerd op onderzoek waaruit bleek dat studenten ten onrechte voor bekostiging in aanmerking waren gebracht omdat het collegegeld niet tijdig of niet was voldaan.
De instelling voerde aan dat de studenten onderwijs hadden gevolgd en dat een Distance Learning overeenkomst met een intermediairbureau de betaling van het collegegeld regelde. De rechtbank oordeelde echter dat deze overeenkomst geen bewijs vormde dat het collegegeld daadwerkelijk was voldaan, zoals vereist op grond van artikel 7:37 en Pro 7:47 van de Wet op het hoger onderwijs.
Verder stelde de instelling dat de minister reeds bekend was met de feiten en daarom geen beroep kon doen op de bevoegdheid tot wijziging van subsidievaststellingen. De rechtbank wees dit af omdat de minister bij eerdere besluiten voorbehouden had gemaakt en de terugvordering gericht was op het herstel van de rechtmatige situatie.
Ten slotte verwierp de rechtbank het beroep op het proportionaliteitsbeginsel en concludeerde dat de minister de rijksbijdrage in redelijkheid lager had kunnen vaststellen en de bedragen had kunnen terugvorderen. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de HBO-instelling tegen de lagere vaststelling en terugvordering van rijksbijdragen wordt ongegrond verklaard.