ECLI:NL:RVS:2006:AY7477
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid gebruik AIVD-ambtsbericht bij ongewenstverklaring vreemdeling
De minister verklaarde een vreemdeling ongewenst vanwege een gevaar voor de nationale veiligheid, gebaseerd op een ambtsbericht van de AIVD. De rechtbank oordeelde dat de minister het ambtsbericht niet aan het besluit mocht ten grondslag leggen zonder inzage in de onderliggende stukken en vernietigde het besluit.
De minister ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de AIVD als bevoegde instantie objectief en inzichtelijk moet aantonen welke feiten het gevaar voor de nationale veiligheid onderbouwen. Indien het ambtsbericht dit doet en de conclusie niet onbegrijpelijk is, is inzage in de onderliggende stukken niet vereist, tenzij concrete aanwijzingen voor twijfel worden gegeven.
De Afdeling stelde vast dat het ambtsbericht voldoende inzicht biedt en dat de vreemdeling geen concrete aanknopingspunten voor twijfel had aangedragen. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast werd vastgesteld dat de kosten van de vreemdeling voor rechtsbijstand in hoger beroep volledig worden toegekend en dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.