Uitspraak
200506635/1) verbiedt geen rechtsregel dat na afloop van de voor het indienen van beroepsgronden gestelde termijn alsnog aanvullende gronden worden ingediend, zij het dat die mogelijkheid wordt begrensd door de goede procesorde. In dit geval is de materiële motivering met betrekking tot de gestelde onjuistheid van de correcties eerst twee weken voor de zitting bij de Afdeling ingediend. De minister heeft zich hierop dan ook onvoldoende kunnen voorbereiden. Voorts valt niet in te zien dat de tegen de correcties gerichte inhoudelijke beroepsgronden niet eerder dan elf maanden na de brief van 5 januari 2005, twee weken voor de zitting bij de Afdeling konden worden aangevoerd. Gelet op het voorgaande zal de Afdeling de beroepsgronden waarvan eerst op 22 november 2005 de materiële motivering is ingediend, ter bescherming van de goede procesorde, niet in haar beoordeling betrekken.