ECLI:NL:RVS:2006:AX6473
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheden
Appellant is op 21 en 27 maart 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond en wees de verzoeken om schadevergoeding af. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
Hij stelde dat de staandehouding onrechtmatig was omdat deze niet alleen diende voor identificatie, maar ook voor inbewaringstelling. Ook klaagde hij over het ontbreken van onderzoek tijdens ophouding en het niet wijzen op rechtsbijstand, en voerde aan dat de bewaring na het verlopen van zijn reisdocument geen wettelijke grondslag meer had.
De Raad van State oordeelde dat de staandehouding terecht was en dat de ophouding en het verhoor conform de wet waren uitgevoerd. Het rechtsvermoeden voor bewaring bleef bestaan ondanks het verlopen van het reisdocument, omdat het belang van openbare orde de bewaring kon vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vreemdelingenbewaring en wijst het verzoek om schadevergoeding af.