ECLI:NL:RVS:2016:2066
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en samenhang van bewaringmaatregelen
De vreemdeling werd op 15 april 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Na intrekking van zijn aanvraag tot verblijfsvergunning asiel werd deze maatregel opgeheven en volgde op 27 april 2016 een nieuwe bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de eerste maatregel gegrond en kende schadevergoeding toe over de periode 15 tot 27 april 2016, maar verklaarde het beroep tegen de tweede maatregel ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de maatregel van 27 april 2016 een nieuwe maatregel is en niet kan worden gezien als een voortzetting van de eerdere maatregel. De samenhang tussen beide maatregelen is onvoldoende om het beroep tegen de tweede maatregel gegrond te verklaren. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.