ECLI:NL:RVS:2006:AX0732
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.M. van Driel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen dwangsomoplegging voor illegale dakkapel in Amsterdam
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum legde aan [wederpartij] een last onder dwangsom op van €40.000 voor het verwijderen van een zonder vergunning aangebrachte dakkapel op de vierde verdieping van een woning in Amsterdam. Het bezwaar van [wederpartij] tegen deze last werd door het bestuur ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat de hoogte van de dwangsom niet in redelijke verhouding stond tot het geschonden belang en bepaalde dat het bestuur een nieuw besluit moest nemen.
Het dagelijks bestuur stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het geschil en richtte zich vooral op de redelijkheid van de hoogte van de dwangsom. Het bestuur had de dwangsom gebaseerd op de feitelijke ruimtewinst van de uitbreiding, vermenigvuldigd met een vierkante meterprijs van €3.000, en hield daarbij rekening met het feit dat de vliering nu als zelfstandige woonruimte kan worden gebruikt.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de dwangsom te hoog was. De financiële draagkracht van [wederpartij] speelt volgens de Afdeling geen rol bij het bepalen van de dwangsom, noch hoeven de kosten van verwijdering in verhouding te staan tot het bedrag. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de redelijkheid van de dwangsom van €40.000 en verklaart het beroep van [wederpartij] ongegrond.