ECLI:NL:RBONE:2013:BZ2099
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzet tegen dwangbevel wegens overtreding bouwvergunning en handhaving dwangsommen
Eiser exploiteert een agrarisch bedrijf en bouwde een opslagruimte die aanzienlijk afweek van de verleende bouwvergunning. De gemeente stelde meerdere malen vast dat de bouw in strijd was met het bestemmingsplan en de vergunning, en legde een last onder dwangsom op om de overtreding te beëindigen. Eiser diende bezwaar en beroep in tegen deze handhavingsmaatregelen, waarbij de rechtbank eerdere besluiten vernietigde wegens onvoldoende motivering van de hoogte van de dwangsom.
De Raad van State stelde vervolgens de hoogte van de dwangsom vast op €300 per dag met een maximum van €30.000. Ondanks deze uitspraak bleef de overtreding bestaan, waarop de gemeente dwangsommen invorderde. Eiser kwam hiertegen in verzet en voerde onder meer verjaring en legalisatie aan.
De rechtbank oordeelde dat het oude recht van toepassing is, waarbij dwangsommen binnen zes maanden verjaren, maar dat de verjaring door stuitingshandelingen door de gemeente is onderbroken. De rechtbank verwierp het beroep op verjaring en het legalisatieverweer, omdat de feitelijke situatie waarvoor dwangsommen zijn verbeurd niet legaal was. Ook stelde de rechtbank dat de incassokosten niet buitensporig waren en veroordeelde eiser in de proceskosten. Het verzet werd afgewezen en het dwangbevel bleef van kracht.
Uitkomst: Het verzet van eiser tegen het dwangbevel wordt afgewezen en de dwangsommen zijn terecht opgelegd.