ECLI:NL:RVS:2006:AV6279
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een bestuurlijke boete op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Appellant stelde zich niet als werkgever te kunnen kwalificeren en voerde diverse verweren aan tegen de boete en de hoogte daarvan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigde deze uitspraak. Uit het boeterapport bleek dat op het bedrijf van appellant arbeid werd verricht door een vreemdeling zonder vergunning en dat appellant niet had voldaan aan de administratieve verplichtingen omtrent identificatie en registratie.
De Raad van State oordeelde dat appellant als werkgever in de zin van de Wav moet worden aangemerkt en dat het niet aanwezig zijn bij aanvang van de werkzaamheden geen vrijstelling biedt van de verantwoordelijkheid. Ook het betoog dat een vergunning mogelijk zou zijn verleend, werd verworpen. De opgelegde boete werd als passend en proportioneel beoordeeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de opgelegde bestuurlijke boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.