ECLI:NL:RBAMS:2007:BB4077
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boete voor illegale tewerkstelling Poolse werknemers in woning
Eiser werd door verweerder een bestuurlijke boete van €16.000 opgelegd wegens het laten werken van vier Poolse werknemers zonder tewerkstellingsvergunning in zijn woning. Eiser betwistte zijn rol als werkgever en stelde dat de boete onevenredig hoog was. De rechtbank oordeelde dat eiser als natuurlijk persoon werkgever was in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), ongeacht het ontbreken van een arbeidsovereenkomst of gezagsverhouding.
De rechtbank overwoog dat de boete een punitief karakter heeft en toetste de evenredigheid ervan aan de hand van het EVRM en het voorstel tot aanvulling van de Awb. Hoewel eiser aannam dat hij met een legaal bedrijf werkte en niet wist dat Poolse werknemers een tewerkstellingsvergunning nodig hadden, was hij verantwoordelijk om dit te controleren. De rechtbank erkende echter dat de overgangsregeling voor Poolse werknemers tot enige onduidelijkheid kon leiden, waardoor de overtreding iets minder verwijtbaar was.
Gezien de ernst van de overtreding, het aantal betrokken werknemers en het doel van de Wav, moest de boete een afschrikwekkend effect hebben. De rechtbank matigde de boete naar €12.000, rekening houdend met alle omstandigheden en eisers draagkracht. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De boete voor het illegaal tewerkstellen van vier Poolse werknemers wordt gematigd van €16.000 naar €12.000.