ECLI:NL:RBAMS:2007:BB4055
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boete voor illegale tewerkstelling van zeven vreemdelingen
Verweerder legde eiser een bestuurlijke boete van €28.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door zeven Braziliaanse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning in zijn woning. Eiser betwistte zijn werkgeverschap ten aanzien van zes van deze personen en de hoogte van de boete.
De rechtbank oordeelde dat eiser als natuurlijk persoon die persoonlijke diensten laat verrichten als werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) kan worden aangemerkt, ongeacht de feitelijke opdrachtverlening aan de vreemdelingen. De boete was rechtmatig opgelegd, maar de rechtbank vond de hoogte disproportioneel.
Bij de beoordeling van de evenredigheid hield de rechtbank rekening met de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de omstandigheden waaronder de overtreding plaatsvond en bijzondere omstandigheden, waaronder de uitgebreide media-aandacht die een grote impact had op eiser en zijn gezin. Gezien deze factoren matigde de rechtbank de boete naar €20.000.
Ook werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De boete voor het laten werken van zeven vreemdelingen zonder vergunning is gematigd van €28.000 naar €20.000 wegens disproportionaliteit en bijzondere omstandigheden.