ECLI:NL:RVS:2006:AV3843
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Ch.W. Mouton
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vaststelling weigering toestemming werk bij beveiligingsorganisatie wegens betrouwbaarheidseisen
De korpschef van de politieregio Limburg Zuid weigerde op 20 september 2004 toestemming aan een persoon om te werken bij een beveiligingsorganisatie, omdat deze binnen acht jaar voorafgaand aan de toetsing onherroepelijk was veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving. Tevens werd gewezen op onjuiste informatieverstrekking bij de aanvraag.
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van de betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de korpschef onvoldoende aandacht had besteed aan de omstandigheden van het strafbare feit bij de belangenafweging rond de hardheidsclausule. De korpschef stelde dat hij geen ruimte had om de strafrechterlijke veroordeling te herzien en dat de rechtbank ten onrechte de strafmaat als relevant achtte.
De Raad van State oordeelt dat de Wet pbr en de bijbehorende circulaire een imperatief karakter hebben: bij een onherroepelijke veroordeling binnen acht jaar wegens een misdrijf met vrijheidsstraf is toestemming te weigeren. Toepassing van de hardheidsclausule mag niet leiden tot het toestaan van werk aan iemand die niet aan de betrouwbaarheidseisen voldoet. De korpschef heeft terecht geoordeeld dat de betrokkene onvoldoende omstandigheden heeft aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee de weigering van toestemming in stand blijft.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van toestemming vanwege onvoldoende betrouwbaarheid.