ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6042
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering toestemming beveiligingswerk vanwege onbetrouwbaarheid na strafrechtelijke veroordelingen
Eiser vroeg toestemming om werkzaamheden te verrichten voor een particuliere beveiligingsorganisatie. De korpschef van de politieregio Amsterdam-Amstelland weigerde deze toestemming vanwege een voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf wegens overtredingen en mishandeling, waarbij de proeftijd nog liep.
De rechtbank toetste of de weigering in overeenstemming was met de criteria uit de Circulaire particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus en de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). De rechtbank oordeelde dat ook een voorwaardelijke vrijheidsstraf onder de criteria valt en dat eiser niet betrouwbaar genoeg was voor het werk.
Eiser voerde aan dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden, maar de rechtbank stelde dat het imperatieve karakter van de wet geen ruimte laat voor belangenafweging bij het ontbreken van betrouwbaarheid. Ook het argument dat een andere korpschef eerder toestemming had verleend, werd verworpen.
De rechtbank concludeerde dat de korpschef terecht de toestemming had geweigerd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van toestemming wegens onvoldoende betrouwbaarheid.