ECLI:NL:RVS:2006:AV0937
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Handhaving bestemmingsplan bij gebruik zomerhuis en berging als permanente woonruimte
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, legde aan wederpartijen een last onder dwangsom op om het gebruik van een zomerhuis en berging als slaap- en verblijfsruimte te staken, omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan.
De rechtbank Breda oordeelde dat het gebruik van het zomerhuis voor permanente bewoning en van de berging als nachtverblijf beschermd zou zijn door het overgangsrecht, en verklaarde het beroep van wederpartijen gegrond. Appellant stelde echter dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de bewijslast en dat het gebruik pas na de peildatum was aangevangen.
De Raad van State oordeelde dat de bewijslast bij wederpartijen ligt en dat appellant niet verplicht was hen te wijzen op manieren om deze te voldoen. Uit getuigenverklaringen bleek dat verblijf in het zomerhuis regelmatig was, maar onvoldoende om permanente bewoning vóór de peildatum aan te tonen. Handhaving is daarom gerechtvaardigd omdat geen concreet uitzicht op legalisatie bestaat en het belang van handhaving zwaarder weegt.
Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het beroep van wederpartijen gegrond werd verklaard, en het beroep van wederpartijen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van wederpartijen wordt ongegrond verklaard en handhaving van het bestemmingsplan is toegestaan.